Renaissance drawings in a Flemish ménage à trois
Jan Wierix, The Painter Apelles in His Workshop with Patron and Model, drawing, 1600. Museum Mayer van den Bergh, Antwerp Renaissance drawings from private Antwerp collections
25 October 2014 – 25 January 2015 | Antwerp
For the first time ever Museum Mayer van den Bergh presents 42 Renaissance drawings from the collections of private Antwerp collectors. The exhibition highlights the various functions of drawings in the sixteenth century, as a source of inspiration for a subsequent work, as a sketch for paintings for example or as an individual artwork.
The exhibition was developed in collaboration with the University of Ghent where students of Art History examined the drawings with specialists.
Read more (below, click hyperlink) about this Ménage à trois (university-museum-private collectors) in an article by Lode Goukens.
Ménage à trois
Renaissance tekeningen uit Antwerpse privécollecties in het museum Mayer van den Bergh te Antwerpen is een unieke tentoonstelling. Enerzijds omwille van de getoonde tekeningen uit de zestiende eeuw, anderzijds omwille van haar ontwikkeling tot tentoonstelling na nauwe samenwerking tussen universiteit, privéverzamelaars en het museum.
Mayer van den Bergh is een klein stadsmuseum ontstaan uit een privécollectie van een verwoed verzamelaar actief tussen 1880 en 1901. Niettemin herbergt het museum na het Koninklijk Museum voor Schone Kunsten van Antwerpen (KMSKA) de grootste verzameling oude kunst van de stad die ooit het centrum van de Europese kunsthandel en Nederlandse kunstproductie was. Fritz Mayer van den Bergh legateerde zijn verzameling op voorwaarde dat zijn huis en collectie een openbaar museum zou worden en daarin bevonden zich ook 180 tekeningen van oude meesters (en andere unieke deelverzamelingen zoals de grootste verzameling tinnen reliefplaquettes met van Neurenbergse goudsmid Peter Flöter van circa 1540). De directrice van het museum kon al lachend verklaren dat Fritz dubbel zoveel betaalde voor een tekening van Gillis van Coninxloo dan voor het schilderij van de Dulle Griet door Pieter Breugel de Oude, doch hij betaalde als het ware ook maar een paar knikkers en een drol voor die fenomenale werk. De 1070 Deutsche Mark die hij neertelde in augustus 1895 voorhet tentoongestelde Berglandschap met rivierdal en de profeet Hosea vertegenwoordigde een klein vermogen.
De tentoonstelling van de 42 tekeningen kwam vrij opmerkelijk tot stand. De Universiteit Gent wist enkele privéverzamelaars te overtuigen hun tekeningen te laten onderzoeken als project voor de studenten in de masteropleiding van de faculteit kunstwetenschappen. Toen het museum besloot mee te doen kwam de vraag van de directrice om er na afloop een expositie aan te wijden en zo geschiedde. De professoren Maximiliaan Martens en Koenraad Jonkheere zijn dan ook de curatoren van de tentoonstelling, maar zij wuiven terecht hun studenten lof toe. Decaan Marc Boone wees tijdens de vernissage op de “aandacht voor betere aansluiting op het werkveld, met name tentoonstellingen en hun opbouw” die de samenwerking tussen museum en studenten bood en de mogelijkheden qua professionaliseringstrajecten. “De resultaten stemmen hoopvol en wijzen op de meerwaarde van dergelijke stages”, aldus Boone. Maximiliaan Martens noemde tekeningen een “moeilijk kunstgenre” omdat de pennentrekken vaak erg persoonlijk zijn en slechts een klein onderdeel waren binnen een ambachtelijk metier. Hij haalde het bekende citaat van de grootste schilder uit de klassieke oudheid aan: “nulla dies sine linea”. Geen dag zonder tekeningen. Deze Appeles is uiteraard een bijna mythische figuur en ook het onderwerp van één van de pronkstukken op de intimistische tentoonstelling. Appeles portretteerde zo wil de legende Campaspe als Venus. De schilder raakte verliefd op deze maîtresse van Alexander de Grote, maar waar hem dit het hoofd had kunnen kosten toonde Alexander zich zo tevreden van dit levensgroot naakt dat het verhaal voor model en schilder afliep met een happy end. De legende werd een geliefkoosd onderwerp bij menig gecultiveerd kunstschilder. Uiteraard tooiden auteurs uit de renaissance hun favoriete grote schilders met de bijnaam Appeles. Pieter Paul Rubens gold als de “nieuwe Appeles”. Het atelier van Appeles door Jan Wierix is dan ook terecht de opener van een selectie die de liefde van de tekenaars voor Italië en de klassieken ademt. Jan Wierix, een telg uit de bekende graveursfamilie, leverde drie tekeningen van de selectie van 42. Bij God schept de dieren valt zelfs op hoe hij de typische gravuretechnieken simuleert met pen op velijn. De arceringen van de schaduwen zouden zo uit de Hollstein kunnen komen, maar het is wel degelijk bruine inkt met pen op velijn.
“Voor vele studenten de afgelopen 8 jaar was het de eerste keer dat ze oude kunst mochten aanraken. Ze moesten alles zelf uitzoeken. Wie, hoe, met welk materiaal… wat is het verband of de betekenis?” verklaart Martens, “werk dat ze als professionals in musea of veilinghuizen later ook zullen moeten doen.” Deze praktijk leidde tot connoisseurship en studenten accapareerden snel “hún tekening”. Martens vond vooral de kritische vragen verfrissend in vergelijking met allerhande debatten over deze onderwerpen die “een scholastisch karakter kregen in de loop der jaren”. In de catalogus staan een aantal van die papers en ook een paar door de eigenaars zelf. Niet alle tekeningen haalden de selectie, maar studente Jasmijn De Paepe schrijft dat iedereen zich terdege bewust was dat hun tekening opgenomen zou kunnen worden in de tentoonstelling.
Tekeningen vormen een belangrijk gegeven als documentatie, studie of ontwerp van de schilders zelf, maar dit maakt hen mede door het kwetsbare materiaal (vaak papier) uiterst zeldzaam en weinig verzamelaars, noch musea zullen hun papieren schat graag blootstellen aan licht of andere kwalijke invloeden. Sommige tekeningen kregen in het verleden al af te rekenen met verbleking, inktvraat enzovoort. Mede daardoor vormt deze tentoonstelling een buitenkans om een kunstgenre dat aan belang wint te savoureren. De status van tekeningen neemt toe en stilaan werpen ze het imago van louter kladjes of vingeroefening af. Vroeger verzamelden vooral kunstenaars deze tekeningen. Ook de beroemdste meubelmaker van Lodewijk XIV, Charles Antoine Boulle, legde een immense collectie van vooral Nederlandse en Vlaamse meesters aan en die collectie ging in vlammen op toen een boze klant van Boulles buurman per abuis het atelier van de Parijse ébéniste in as legde. Lodewijk XIV betaalde zijn favoriet een soort verzekeringspremie die in de honderdduizenden liep, maar de meeste tekeningen gingen op minder prozaïsche manier verloren. Het feit dat privéverzamelaars hun kostbaarste bezit willen tonen is wat dat betreft dus opmerkelijk. Eén van de prachtigste voorbeelden is de anonieme tekening Het martelaarschap van de Heilige Barbara. Een aanwezige verzamelaar verklaarde dat juist de anonieme tekeningen uit de 16de eeuw nog betaalbaar kunnen blijken voor een beginnende collectionneur. Een ander schitterend voorbeeld is Gezicht op Perugia dat toegeschreven wordt aan hetzij Joost II de Momper of Il Pozzoserrato (de Antwerpse kunstschilder Lodewijk Toeput die uitweek naar Italië en bekend is van zijn landschappen met Romeinse ruïnes). Dit topografisch zeer nauwkeurige landschap bestaat uit twee aan elkaar gekleefde vellen om het grote horizontale formaat van een stadsvedute te bekomen. Uit de eigen collectie van het museum blijkt bij de landschappen (die een belangrijk deel van de expositie uitmaken) het Rivierlandschap met rotsboog en dorp eigenlijk al de verplaatsing waard. De tekening komt uit een reeks van negen “blauwe landschappen” door een anonymus met noodnaam Meester van de negen Blauwe Landschappen. Op blauw geprepareerd papier tekende hij met pen in zwart en met wit opgehoogd duidelijk zelfstandige kunstwerkjes. Enkel al voor dit blauwe papiertje mag een liefhebber van de oude kunst of van grafiek deze tentoonstelling niet missen, maar dat kan ook gezegd van Jozef laat zakken met graan vullen voor zijn broers (in bruine inkt en rode lavis) door de in Amersfoort geboren Lambert van Noort uit privébezit.
Lode Goukens
25/10/2014 tot 25/1/2015
dinsdag tot en met zondag van 10 tot 17u
het openingsweekend is gratis
de catalogus kost 35€
21/12/2014 is er de lezing Appeles achterna door Dr Claire Baisier (directrice van het museum) in het Rubenianum
For more information visit the museum’s website